Deelnemen aan De Inktaap gaat via school. Samen met andere leerlingen vorm je een schooljury, die wordt begeleid door een leerkracht. De Inktaap is een wedstrijd waarbij je jóuw favoriete boek kunt kiezen uit de titels die onlangs een 'grote' literaire prijs hebben gewonnen.
De Inktaap wil jongeren confronteren met de keuze die de jury's van de drie grote literaire prijzen in het Nederlandse taalgebied hebben gemaakt: de Gouden Uil, de AKO Literatuurprijs en de Libris Literatuur Prijs.
Voor De Inktaap 2011 waren genomineerd:
Gedurende een periode van vijf maanden lazen en bespraken ruim 2.500 middelbare scholieren de boeken, om uiteindelijk op de feestelijke slotdag dé literaire jongerenprijs van het Nederlandse taalgebied uit te reiken. Uit bovenstaande boeken kiezen de jongeren aldus hun winnaar, die De Inktaap krijgt.
Ruim 160 scholen uit Nederland, Vlaanderen, Suriname en Curaçao namen deel aan de jubileumeditie van De Inktaap. De uitreiking vindt afwisselend in Nederland en in België plaats. Dit jaar was de uitreiking in België, en wel op 1 maart 2011, in deSingel - Antwerpen.
Op zo een dag vinden er dan debatten, talkshows, ontmoetingen en interviews plaats met de auteurs en vertegenwoordigers van de vakjury’s van de literaire prijzen.
Tijdens de slotdag konden de jonge lezers de genomineerde auteurs interviewen en in debat gaan over de inhoud van de genomineerde boeken.
Voorafgaand aan de uitreiking van De Inktaap 2011 gaven drie leden van het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie acte de présence:
Ook waren er optredens door dichter Stijn Vranken, en muzikant STIJN. Scholieren van het KA brachten tevens hun stem uit; enkele foto's van het slotdebat zijn daar getuige van.
Over de aap
Weet je eigenlijk wat de Inktaap voor dier is?
‘Dit dier komt veel in noordelijke streken voor, en is vier of vijf duim lang; zijn ogen zijn als kornalijn en zijn haar is gitzwart, zijdeachtig en soepel, en als een kussen zo zacht. Hij is met een vreemd instinct behept: zijn zwak voor Chinese inkt, en wanneer iemand zit te schrijven, gaat hij er met gekruiste achterpoten bijzitten, en met de ene voorhand op de andere wacht hij tot het schrijven gedaan is. Dan drinkt hij wat er over is van de inkt op. Daarna gaat hij weer gehurkt zitten, helemaal rustig nu.’
(Jorge Luis Borges, Het boek der denkbeeldige wezens).
